Cash and debt free is het principe op basis waarvan de ondernemingswaarde wordt bepaald. De Equity Bridge is het complete overzicht van alle correcties (inclusief cash, debt, cash-like items, debt-like items en werkkapitaal) om van de ondernemingswaarde naar de definitieve aandelenwaarde te komen. De Equity Bridge is dus ruimer dan uitsluitend cash en debt.
9
junWat betekent ‘Cash & Debt Free’ bij overnames?
Het concept ‘Cash & Debt Free’ is één van de meest voorkomende begrippen die gebruikt wordt bij de onderhandelingen in het kader van een bedrijfsoverdracht. Maar wat houdt het begrip ‘Cash and Debt Free’ nou eigenlijk precies in?
Hoe wordt de 'ondernemingswaarde' bepaald?
Om tot de waarde van een bedrijf of onderneming te komen (de zogenaamde 'ondernemingswaarde') kunnen er diverse waarderingsmethoden worden toegepast. Bij bedrijfsoverdrachten in het MKB worden er doorgaans twee waarderingsmethoden gehanteerd:
Discounted Cash Flow (DCF) methode: in deze methode wordt de waarde berekend op basis van opgestelde prognoses en hieruit resulterende te verwachten toekomstige vrije kasstromen of vrije 'cash flows' (opbrengsten). Deze toekomstige vrije kasstromen worden contant gemaakt tegen de risicovoet van deze kasstromen. De risicovoet wordt voornamelijk bepaald op basis van specifieke kenmerken van de onderneming (omvang, branche, haalbaarheid prognoses, afhankelijkheid management en overige kwalitatieve risicofactoren). De DCF-methode is de meest gangbare methode om een onderbouwde uitspraak te kunnen doen omtrent de 'ondernemingswaarde'.
EBIT(DA)-multiple methode: in deze methode wordt de duurzaam verwachtte/sustainable operationele winst of wel de verdiencapaciteit van de onderneming, die wordt uitgedrukt in de EBIT (bedrijfsresultaat) of EBITDA (bedrijfsresultaat plus afschrijvingen), vermenigvuldigt met een factor of wel een zogenaamde 'multiple'. Afhankelijk van enkele kwalitatieve kenmerken, risico's en het toekomstpotentieel van de onderneming ligt deze multiple vaak tussen de 3x en 8x maal deze operationele winst. Ook wordt veelal rekening gehouden met een toekomstig substantieel investeringsniveau. De EBIT(DA)-multiple methode wordt doorgaans meer als 'sanity-check' op de DCF-methode gebruikt. Verschillen met de uitkomst van de DCF-methode dienen te worden geanalyseerd.
Wat ontvangt een aandeelhouder uit de verkoop van een bedrijf?
Als antwoord op deze vraag kan een eenvoudige parallel worden gemaakt met een persoon die een huis verkoopt. Indien er met de koper van het huis een prijs is overeengekomen van 700.000 euro, en er nog een hypotheek op het huis is gevestigd ter hoogte van 200.000 euro, dan ontvangt de verkoper van het huis daadwerkelijk 500.000 euro.
Bij een onderneming die op basis van het 'cash and debt free' principe wordt verkocht, werkt het precies hetzelfde. Indien de overeengekomen 'ondernemingswaarde' 3.000.000 euro bedraagt, en het saldo van de liquide middelen en rentedragende schulden 1.000.000 euro negatief bedraagt (=netto-schuldpositie), dan ontvangt de verkopende aandeelhouder volgens dit 'cash and debt free' principe na verrekening van de netto-schuldpositie een bedrag ter hoogte van 2.000.000 euro.
Van 'ondernemingswaarde' naar 'aandelenwaarde' met behulp van de 'equity bridge'
Om van 'ondernemingswaarde' naar 'aandelenwaarde' te komen, wordt er naast correcties uit hoofde van het 'cash and debt free' principe doorgaans ook het principe van 'normaal werkkapitaalniveau' gehanteerd. Het werkkapitaal is in beginsel gedefinieerd als de vlottende activa (voorraden, debiteuren en overige kortlopende vorderingen exclusief de liquide middelen) minus de vlottende passiva (crediteuren en overige kortlopende schulden). De gedachte achter het 'normaal werkkapitaalniveau' principe is dat een koper per overnamedatum een onderneming koopt met voldoende werkkapitaal, zodat hij of zij niet direct na overname opnieuw dient te investeren of een financiering behoeft aan te gaan teneinde het werkkapitaal op niveau te houden (“going concern / continuïteitsbeginsel”). Veelal wordt het normaal werkkapitaalniveau gebaseerd op een historisch gemiddeld werkkapitaalniveau gedurende de laatste 12 of 24 maanden. Een werkkapitaal surplus indiceert een hoger dan gemiddeld werkkapitaalniveau en een werkkapitaal tekort een lager dan gemiddeld normaal werkkapitaalniveau op overnamemoment, ook wel “de effectieve datum”. Een tekort of surplus wordt zodoende gecorrigeerd op de koopsom. Het totaal aan correcties om van de ondernemingswaarde naar de aandelenwaarde te komen wordt de 'enterprise to equity bridge' of kortweg 'equity bridge' genoemd. De volgende tabel geeft hiervan een overzicht:
| Equity Bridge: |
|
| Ondernemingswaarde: | Startpunt |
| Vrij beschikbare liquide middelen (+) | Optellen |
| Cash-like items (+) | Optellen |
| Rekening-courant vorderingen (+) | Optellen |
| Rentedragende schulden (-/-) | Aftrekken |
| Rekening-courant schulden (-/-) | Aftrekken |
| Werkkapitaal surplus/tekort (+/-) | Corrigeren |
| = Aandelenwaarde | Eindresultaat |
Naast vrije beschikbare liquide middelen, rekening-courantvorderingen, rentedragende en rekening-courant schulden, kunnen ook cash-like en debt-like items worden opgenomen in de 'equity bridge'. Voorbeelden van cash-like items zijn: gestorte waarborgsommen, te vorderen vennootschapsbelasting van eerdere boekjaren, te ontvangen bedragen uit claims, etc. Voorbeelden van debt-like items zijn: een te hoge reservering vanwege 'overtollige' vakantiedagen van een medewerker, nog te betalen management fees, te betalen vennootschapsbelasting van eerdere boekjaren, te betalen commissies, etc. In de praktijk blijkt dat de werkkapitaal berekening vaak leidt tot discussies. Het moge duidelijk zijn dat een verkoper zich ruim vooraf aan de overnamedatum hierop kan voorbereiden.
Op basis van de in het informatiememorandum door verkoper verstrekte financiële informatie kan een koper de 'equity bridge' doorgaans nog niet geheel invullen qua getallen. Een koper zal deze correctieposten dan ook nader willen onderzoeken in het door haar uit te voeren boekenonderzoek (due diligence). Overigens kan het ook zijn dat de effectieve overnamedatum in de toekomst ligt en deze balansgegevens nog niet voorhanden zijn. Derhalve loont het te allen tijde om in een biedingsvoorstel van een koper aan een verkoper de onderliggende principes en berekeningstechnieken (o.a. 'cash and debt free' en 'normaal werkkapitaalniveau') te benoemen teneinde weer te geven hoe een koper van 'ondernemingswaarde' naar 'aandelenwaarde' rekent. Eventueel kan hiervoor een indicatieve pro-forma berekening op basis van de beschikbare gegevens van het laatste boekjaar worden gebruikt.
Een koper dient de aandelenwaarde te financieren (betalen) en de verkoper ontvangt deze aandelenwaarde. Aangezien een koper niet graag 'cash voor cash' wil financieren (of betalen), worden de vrij beschikbare liquide middelen, cash-like items en rekening-courantvorderingen veelal reeds door een verkoper afgewikkeld voorafgaand aan de overdrachtsdatum (via een zogenaamde pré-closing dividenduitkering). Hiermee wordt alsdan de balans zo 'licht' mogelijk gemaakt.
Wanneer leidt cash and debt free tot discussie?
Hoewel het principe eenvoudig klinkt, leidt het cash and debt free beginsel in de praktijk toch regelmatig tot discussie tussen koper en verkoper. Vier veelvoorkomende situaties:
| Situatie | Antwoord |
| Hoge cash, maar ook hoge vooruitgefactureerde omzet. De €1 mio op de bankrekening lijkt overtollig, maar is feitelijk een buffer voor al ontvangen maar nog niet geleverd werk. Is het dan echt vrij uitkeerbaar? | Niet zomaar. De vooruitgefactureerde omzet vertegenwoordigt een nog te leveren verplichting. Het bijbehorende deel van de cash is operationeel gebonden en dient als werkkapitaal te worden aangemerkt, niet als vrij uitkeerbare liquiditeit. |
| Seizoenspatroon: de overname vindt plaats op 1 januari met een volle bankrekening. Maar elk jaar ontstaat er in de zomer een financieringsbehoefte van €4 mio door inkooppieken. Is de cash per 1 januari dan echt overtollig? | Nee. De seizoensgebonden financieringsbehoefte maakt dat de hogere cashpositie op 1 januari noodzakelijk is voor de normale bedrijfsvoering. Bij de berekening van het normaal werkkapitaalniveau dient dan ook een representatief gemiddelde over minimaal 12 maanden te worden gehanteerd. |
| Dynamisch werkkapitaal: bij sterk fluctuerende debiteurensaldi, voorraden of een gewijzigd cash-flow management systeem is de positie op overnamedatum nauwelijks representatief voor het jaargemiddelde. | Ofwel: een normalisatieanalyse is noodzakelijk. Bij sterk fluctuerende balansposities geeft de stand op één meetmoment een vertekend beeld. Door meerdere perioden te analyseren komt u tot een werkkapitaalniveau dat representatief is voor de onderneming onder normale omstandigheden. |
| Verlopen crediteuren: het bedrijf heeft geen formele schulden, maar crediteuren met een betalingsachterstand van meer dan 90 dagen. Moet een deel hiervan als 'debt' worden beschouwd? | Dat is situatie-afhankelijk, maar bij een achterstand van meer dan 90 dagen is er een reëel risico dat deze posten niet langer als regulier werkkapitaal kwalificeren. In dat geval kunnen zij worden aangemerkt als debt-like item, met een koopprijsverlagend effect als gevolg. |
Conclusie
Voorts valt nog op te merken dat er tijdens de slotonderhandelingen, gezien het arbitraire karakter van sommige posten, discussies tussen koper en verkoper kunnen ontstaan omtrent de interpretatie van een voorstel op basis van de principes inzake 'cash and debt free', 'normaal werkkapitaalniveau' en/of 'cash-like/debt-like items'. Het is dus belangrijk om goed voorbereid te zijn op deze discussies aangezien dergelijke correcties een substantiële invloed kunnen hebben op de uiteindelijke aandelenwaarde, ook wel de 'te ontvangen koopsom' door verkoper genoemd. Vandaar dat het steeds gebruikelijker is geworden om deze discussie c.q. deze 'equity bridge' bij het opstellen van de 'Letter of Intent' (LOI) tussen partijen reeds “indicatief” overeen te komen.
Contact
Wilt u meer weten over een 'cash and debt free' transactie, bedrijfswaardering en aanverwante termen of bent u benieuwd hoe u zich tijdig kunt voorbereiden op een verkoop van uw onderneming? JM Corporate Finance is een betrouwbare partner en helpt u graag bij het verkoop-klaar maken van uw onderneming of bij het uitvoeren van een due diligence in een overnametraject. Wilt u een gerenommeerde speler aan uw zijde voor al uw vragen omtrent het 'cash and debt free' principe bij bedrijfsovernames? Neem dan vrijblijvend contact met ons op en onze medewerkers staan u graag te woord!
In beginsel ja. De logica is dat de verkoper de overtollige liquide middelen vóór overdracht uitkeert via een pré-closing dividend en/of de schulden aflost waar mogelijk, zodat de balans zo licht mogelijk is op overnamedatum. In de praktijk wordt per transactie afgesproken hoe dit wordt afgewikkeld.
Ja, op meerdere vlakken. Ten eerste is de uitkering van overtollige cash vóór overdracht eventueel belast als dividend, wat een aanmerkelijkbelangheffing (box 2) voor de verkoper tot gevolg heeft. Is een holdingstructuur aanwezig, dan geldt de deelnemingsvrijstelling.Ten tweede kan de aanwezigheid van onroerend goed op de balans leiden tot overdrachtsbelasting. Ten derde kunnen latente belastingverplichtingen op stille reserves de netto-opbrengst voor de verkoper beïnvloeden. Tot slot bepaalt de keuze tussen een aandelentransactie en een activatransactie in belangrijke mate hoe de cash- en schuldposities fiscaal worden behandeld. Het is essentieel om hier tijdig en specifiek fiscaal advies over in te winnen, zodat de transactiestructuur van tevoren fiscaal wordt geoptimaliseerd.
Meer nieuws
Vragen of hulp nodig?
We helpen je graag verder.
Bart Koreman
Partner

