Wat zijn de rechten en plichten van de koper en verkoper?

Voor de kopende en verkopende partij bestaan gedurende het overnameproces wederzijdse rechten en verplichtingen, waarvan de meeste expliciet in een letter of intent of een overnamecontract worden opgenomen. In het kader van het due diligence onderzoek is het van belang om te onderkennen dat de kopende partij vanuit juridisch optiek een onderzoeksplicht en de verkopende partij een informatieplicht heeft. Ook is er in de letter of intent normaliter vastgelegd dat het  overnameproces niet zomaar af te breken is door een van de partijen. Hoe langer het overnameproces duurt, des te moeilijker wordt het om zonder schadeloosstelling het proces te beëindigen, zeker indien de wederpartij mocht aannemen dat er al bijna een “deal” is gesloten. De uitkomsten van het due diligence onderzoek fungeren veelal in de letter of intent nog als een mogelijke “ontbindende voorwaarde” naast een financieringsvoorbehoud.

 

In de praktijk komt het regelmatig voor dat door de kopende partij wordt gedacht dat men het bedrijf of de branche wel voldoende kent of dat de over te nemen partij dusdanig klein is dat een onderzoek niet noodzakelijk is. Echter na het uitvoeren van een due diligence onderzoek kunnen sommige “eye-openers” nog tot levendige en felle discussies leiden. Bij de verkopende partij leeft wel eens de gedachte dat de kopende partij wel alle belangrijke informatie zal identificeren en zo niet dat dit dan tot het risico van de koper behoort. Ook hier zijn nuanceringen noodzakelijk, de verkoper heeft een informatie- cq. mededelingsplicht.

 

Er bestaat tijdens het overnameproces en het uitvoeren van een due diligence onderzoek altijd een spanningsveld tussen onderzoeks- dan wel mededelingsplicht van de betrokken partijen. In de situatie die heeft geleid tot het “Hoog Catharijne-arrest” (HR 22 december 1995, NJ 1996, 300) wordt dit spanningsveld duidelijk. In deze situatie gaf de verkoper de “algemene” garantie aan de koper dat deze alle informatie had ontvangen die van belang was voor het beoordelen van de waarde van de onderneming. Tijdens het overnameproces had de koper door een due diligence adviseur een onderzoek laten uitvoeren. Na de overname ontdekte de koper twee leningen die moesten worden terugbetaald, hetgeen niet expliciet bekend was gemaakt, noch uit het onderzoek naar voren was gekomen.

 

De koper sprak de verkoper hierop aan, middels de “algemene garantie” en stelde dat deze informatie had moeten worden verstrekt door de verkoper tijdens het onderzoek. Deze informatie was inderdaad niet direct aan de koper verstrekt, maar was indirect wel uit de ter beschikking gestelde stukken (administratie) van de verkoper af te leiden, zo bleek achteraf. De Hoge Raad gaf aan dat de betekenis van de garantie, dat alle relevante informatie aan koper ter beschikking was gesteld, afhangt van wat partijen in de gegeven omstandigheden, redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. In dit geval betekende dit volgens de Hoge Raad dat de informatieplicht van de verkoper mede wordt bepaald door hetgeen de verkoper aan onderzoeksinspanningen mocht verwachten aan de zijde van de koper. De koper had door deskundigen een (uitgebreid) due diligence onderzoek laten uitvoeren, zodat de koper in de gelegenheid was geweest om additionele informatie aan de verkoper te verzoeken. Tevens waren er aanwijzingen in de verstrekte informatie aanwezig waaruit het bestaan van dergelijke leningen af te  leiden was. De koper werd door de Hoge Raad in het ongelijk gesteld en de claim werd afgewezen. Het betreffende due diligence onderzoek had beter moeten worden uitgevoerd.

 

In een andere zaak waar de koper geen uitvoerig due diligence onderzoek had gedaan en geen garanties had bedongen, maar genoegen had genomen met een hoge korting op de koopprijs ter compensatie van de hem ter ore gekomen mindere staat van de onderneming, kon de koper later niet meer claimen dat de verkoper een groot aantal (andere) misstanden had verzwegen (HR 10 oktober 2003, Verenigd Bedrijven Inter-Che-M.B.V. (VBI) Beerkens Paint B.V.). Sinds enige jaren (zie onder meer het arrest van de HR van 19 januari 2007, Meyer Europe-Pontmeyer lijkt het erop dat in de rechtspraak aan de taalkundige betekenis van (garanties in) een koopovereenkomst een groter belang wordt gehecht dan aan de subjectieve (partij) bedoelingen. Bij het bepalen van de meest logische taalkundige betekenis wordt rekening gehouden met de omstandigheden van het geval, zoals de soort transactie, de uitgebreidheid van het contract en de eventuele betrokkenheid van deskundigen. Een juiste redactie van de koopovereenkomst en de garanties door een deskundig jurist wordt als gevolg daarvan alsmaar belangrijker. Uit bovenstaande komt naar voren dat de aspecten als risico’s, diepgang van de due diligence en garanties een samenhang vertonen. In de letter of intent en het overnamecontract dienen derhalve afspraken tussen partijen en de invloed van een due diligence-onderzoek op de reikwijdte van een garantie duidelijk en ondubbelzinnig te worden afgewogen en vastgelegd. Hierbij is het raadzaam om een in fusie en overname gespecialiseerde jurist/advocaat te betrekken. Ook blijkt dat het uitvoeren van een due diligence onderzoek ervaring en kunde vereist.

Stel direct een vraag

Vraag het aan:

Jan van Wijngaarden

Partner

Bel mij terug

Heeft u interesse in onze diensten of wilt u graag meer informatie?
Vul uw gegevens in en wij bellen u z.s.m. terug.

Telefoonnummer achterlaten
Due diligence laten uitvoeren? Wij gaan direct voor u aan de slag